Beenderen, Bloed en Altaars: Waarom het Heilige Niet Alleen in de Kerk Bestaat

Een pleidooi voor eerbied in het werk van de priesteres, sjamaan en veldbewaker

Er bestaat een hardnekkig geloof dat bepaalt wat als “heilig” wordt beschouwd, en wat als “vreemd”, “vies” of zelfs “gevaarlijk”. Dat geloof is zelden gebaseerd op zuivere waarheid, maar op eeuwen van framing, projectie en culturele vervorming. Wanneer in een katholieke kerk het bot van een heilige in een gouden schrijn ligt, een stuk schedel, een kies, een haarlok, soms zelfs een opgedroogde druppel bloed — dan noemt men het een relikwie.

Een tastbaar bewijs van goddelijke nabijheid.

Een brug tussen hemel en aarde.

Een plek waar mensen komen bidden, huilen, hopen.

Maar wanneer een sjamaan werkt met een hertenbot als talking stick… Wanneer een priesteres een altaar vormt met de vleugel van een uil of een poot van een kraai… Wanneer er een stuk huid, een tand, een veer, of as wordt gedragen in een krachtobject… Dan is het plots “raar”, “duister”, “heidens”. Of nog erger: “disgusting”.

Maar wie bepaalt dat verschil?

In de kerk noemen ze het een reliek. Bij ons noemen ze het een griezelig voorwerp. Terwijl de intentie, eerbied, verbinding, heiligmaking, exact dezelfde is. Wanneer jij het asje van je moeder in een hanger draagt, noemt men het liefde. Maar wanneer ik de poot van een overleden kraai bewaar in een amulet, met dezelfde zachtheid en ceremonie, dan vinden mensen het plots luguber. Het verschil is niet het voorwerp.

Het verschil is de context waarin mensen geleerd hebben te kijken. De kerk werkt met altaren, wierook, kaarsen, gezangen, olies, relieken, wijn (symbool voor bloed dat je drinkt aka bloedritueel) en hosties (symbool voor lichaam dat je eet). Ik werk met grondaltaren, bloemen, vleugels, zaden, kruiden, trommels en botten.

Beiden zijn vormgegeven rituelen.

Beiden eren iets dat groter is dan het ego.

Beiden creëren een brug tussen werelden.

En toch is er in de ene wereld eerbied, en in de andere oordeel.

Waarom?

Omdat het christendom door de eeuwen heen de macht heeft gekregen om te bepalen wat “heilig” genoemd mocht worden, en wat “afwijkend”, “ongepast” of “ketters” was.

De vrouw met een veer werd heks genoemd. De vrouw met een kruikje olie was genegezeres, tot men haar vergat of verbrandde. Maar nu staan we op een punt in de tijd waarin die oude oordelen geen grond meer houden. We keren terug naar een oorspronkelijk weten: dat het lichaam, het bot, de veer, de as, de geur, de aarde zélf heilig zijn. Dat een altaar niet alleen van marmer hoeft te zijn, maar ook van mos, zand, water en wind.

Dat een talking stick geen plastic microfoon hoeft te zijn, maar een bot, een poot, een tak, iets dat heeft geleefd. Iets dat luistert. Want wie de talking stick vast heeft, spreekt. En de rest, die luisterd, houdt space. En dat wij, vrouwen die met deze voorwerpen werken, geen afvallige zijn, geen goddelozen, maar veldhoedsters van een herinnering die ouder is dan elk religieus systeem.

Een herinnering waarin alles doordrenkt is van leven. Waarin de dood niet eng is, maar een doorgang. Waarin het dier dat sterft niet verdwijnt, maar zijn kracht overdraagt aan het ritueel. En daar waar mensen vaak hun neus ophalen voor het werken met een vleugel, of krachtvoorwerpen gemaakt van een bot — alsof je een zonde begaat, alsof het iets onreins is om met het medicijn van een overleden dier te werken,

loopt diezelfde persoon even later de supermarkt in, koopt een kippenbout, en eet het vlees van datzelfde bot op, zonder ritueel, zonder eerbied, zonder dankzegging. En dát wordt dan níet raar gevonden. Dat is “normaal”. Serieus.

Alsof het consumeren van een lichaam vanzelfsprekender is dan het eren ervan. Dus de volgende keer dat iemand zegt: “Wat raar, dat jij met botten werkt” dan mag jij zeggen:

“Wat bijzonder… dat jij het verschil niet ziet.”

Want het is niet het object dat bepaalt of iets heilig is.

Het is de intentie.

De relatie.

De eerbied.

En die eerbied leeft in ons, de vrouwen die zich herinneren, de vrouwen die durven spreken, de vrouwen die weer werken met wat heilig is

— ook als het niet in een gouden schrijn ligt.

— Voor hen die zich niet langer schamen voor wat natuurlijk is

— Voor hen die altaars bouwen van aarde, as, herinnering en respect

— Voor hen die weten: het heilige ligt niet in wat wordt toegestaan, maar in wat wordt gevoeld

Nadieh Cuijten

  • The House Of Sacred Remembering
  • THE RISE

Hee, mijn naam is Nadieh

Ik ben hier om vrouwen te begeleiden in het herinneren van hun essentie.
Niet om hen te helen — maar om hen te helpen hun eigen heilige kracht terug te claimen.
Mijn werk opent velden van herinnering, van waarheid, van belichaming.
Zodat jij voelt:
jij bént het medicijn. Jij bént de magie.

Welkom, sister.
Je herinnert je al meer dan je denkt.
Rise, in sacred power.

Ik neem je mee op een innerlijke journey
Meer blogs