“De vrije ziel is geen vrouw die ontsnapt aan de wereld,
maar een vrouw die herinnert dat de wereld door haar ademt.”
– Nadieh Cuijten
Er leeft in elke vrouw een stille, ontembare kracht, een fluistering van herinnering, ouder dan de taal van mensen.
Een weten dat ze niet losstaat van de aarde, maar dat de aarde door haar leeft, ademt en spreekt.
We noemen het soms intuïtie, soms natuur, soms de vrije ziel.
Maar wat het werkelijk is, is de oerstroom van verbondenheid, het veld waarin psyche en aarde één lichaam vormen.
De ontworteling van de wilde ziel
Veel vrouwen voelen vandaag een subtiele droefheid, een heimwee dat geen duidelijke oorsprong lijkt te hebben.
Ze hebben huizen, banen, gezinnen, maar iets in hun binnenste voelt nog altijd niet aangekomen.
Dat is het gemis van de natuur in onszelf.
De verloren dialoog tussen mens en aarde, tussen lichaam en land, tussen de innerlijke en de uiterlijke seizoenen.
We zijn opgevoed in een wereld waarin de aarde een object werd, iets om te gebruiken, te controleren en te bezitten
en zo leerden vrouwen ook zichzelf zien: als grond die iets moest opleveren, in plaats van als bron die al leeft.
Psychologisch gezien is dit de scheiding tussen het rationele en het instinctieve,
tussen de stem van het hoofd en het fluisteren van het lichaam.
Wanneer de vrouw haar instinct kwijtraakt, verliest ze haar natuurlijke kompas.
Ze raakt verdwaald in een landschap van verwachtingen, prestatiedruk en spirituele bypasses.
Ze voelt dat ze iets mist, maar weet niet meer wat.
Tot ze op een dag hoort hoe de wind door de bomen zingt,
en er iets in haar beweegt dat zegt: daar ben ik.
De psyché van de aarde
In de oude sjamanistische tradities bestond er geen verschil tussen psyche en natuur.
De binnenwereld was de buitenwereld; de droom van de aarde was de droom van de mens.
Wanneer een rivier overstroomde, werd dat gezien als een spiegel van een innerlijke beweging,
wanneer het land droogde, was dat ook de dorst van het collectieve hart.
Die oude kennis leeft nog steeds in het lichaam van de vrouw.
Ze voelt stormen in haar bloed, eb en vloed in haar baarmoeder, seizoenen in haar gemoed.
Wanneer ze leert luisteren, ontdekt ze dat de natuur niet buiten haar is,
maar dat ze haar eigen weerspiegeling is.
Vanuit systemisch perspectief kunnen we zeggen:
wanneer een vrouw haar verbinding met de aarde verliest, herhaalt ze een oud patroon van afscheiding.
Dezelfde afscheiding die ooit in de vrouwenlijn is ontstaan,
toen natuur gelijkgesteld werd aan zonde,
intuïtie aan gevaar,
en zachtheid aan zwakte.
Het helen van die wond vraagt geen strijd, maar herinnering.
Want de vrije ziel hoeft niet teruggevonden te worden,
ze wacht geduldig, diep in de wortels van ons wezen.
Een voorbeeld uit het leven
Ik denk aan een vrouw die altijd in controle wilde blijven.
Ze hield van orde, van lijstjes en van overzicht.
Tot ze tijdens een wandeling door een storm werd verrast.
De regen stroomde over haar gezicht, haar kleren plakten aan haar huid,
en voor het eerst in jaren voelde ze zich levend.
Ze lachte, huilde, ademde, alles tegelijk.
Ze zei later: ik dacht dat ik vrij moest worden van de chaos,
maar ik moest vrij worden in de chaos.
Dat moment, dat natte, wilde, ongecontroleerde moment,
was de terugkeer van haar ziel naar haar lichaam.
De natuur had haar niet “geraakt” ze had haar herinnerd.
De shamanistische dimensie van verbondenheid
In sjamanistisch werk zien we dat alles een ziel heeft.
De steen, het dier, de rivier en het menselijk hart.
Wanneer we weer leren communiceren met die zielen,
wordt de wereld opnieuw bezield, een levend veld van intelligentie en liefde.
Het herinnert ons eraan dat we niet hoeven streven naar een hogere dimensie om spiritueel te zijn.
We hoeven enkel weer te luisteren naar het ritme van regen,
de adem van bomen,
het kloppen van het hart van de aarde onder onze voeten.
De psychologische integratie
De wilde ziel nodigt de vrouw uit tot radicale aanwezigheid.
Niet in het hoofd, maar in het lijf.
Niet in het willen begrijpen, maar in het durven voelen.
Wanneer ze dat doet, kalmeert het zenuwstelsel.
De ademhaling zakt, de schouders dalen, de grond onder haar voeten wordt weer echt.
Ze realiseert zich dat vrijheid nooit lag in wegvliegen,
maar in volledig landen in wat er al is.
Er is een moment waarop de aarde je naam weer fluistert.
Niet in woorden, maar in wind, in geur en in de stilte.
En als je luistert, hoor je wat ze zegt:
Je hoeft niets te worden.
Je was al heel, zolang je leeft in mij.
De vrije ziel is geen bestemming,
het is de herinnering dat jij zelf natuur bent.
With Love, Nadieh
