Waarom sommige mannen moeten knallen

En wat oorlog nog steeds met ons lichaam doet

Elk jaar rond oud en nieuw gebeurt hetzelfde. Er zijn mensen die zeggen: het is maar vuurwerk. En er zijn mensen die voelen: dit is dierenleed en milieuvervuiling.

Vooral bij mannen zie je het vaak. Niet bij allemaal, maar wel bij een bepaald type.

De felheid. Het beschermen. Het bijna dierlijke: kom niet aan mijn vuurwerk.

Ik wilde begrijpen waar dat vandaan komt.

Dus ik keek niet naar gedrag, maar naar wat daaronder ligt. Eeuwenlang zijn mannen ingezet voor oorlog.

Niet als keuze door henzelf, maar als plicht.

Ze werden van huis weggehaald.

Van vrouwen. Van kinderen.

Ze moesten vechten, vaak jong, vaak bang, vaak zonder idee waarvoor precies.

Ze stonden in velden vol rook en lawaai.

Knallen. Explosies. Geschreeuw.

Hun zenuwstelsel stond constant in overleving. En toen de oorlog voorbij was, ging het leven door.

Maar hun lichaam niet.

Er was geen plek om dit te verwerken.

Geen ruimte om te huilen.

Geen ritueel om terug te keren naar mens-zijn.

Dus bleef het zitten.

In spieren. In botten. In het zenuwstelsel. Om de voorouderlijklijn.

En ook in het collectieve veld van mannen.

Wat niet geheeld wordt, verdwijnt niet.

Het zoekt een herhaling.

Vuurwerk lijkt onschuldig.

Maar voor een lichaam dat oorlog herinnert, voelt het bekend.

Het geluid. De schok. De adrenaline.

Even ontlading. Even geen gevoel. Even macht.

Dat is geen bewuste keuze.

Dat is een oerreactie.

En daarom ontstaat er zoveel verzet wanneer iemand zegt dat het anders moet.

Dat voelt niet als: je mag geen plezier hebben.

Dat voelt als: je raakt aan iets ouds wat nooit gezien is.

Net zoals vrouwen een vrouwenwond dragen – van onderdrukking, verbranding, het klein maken van hun kracht – dragen mannen een oorlogswond.

De wond van strijd.

De wond van moeten vechten.

De wond van nooit echt thuiskomen.

Dat maakt het gedrag begrijpelijk.

Het maakt het niet oké.

Zolang deze wond niet wordt aangekeken, blijft ze zich herhalen.

Elk jaar opnieuw.

In knallen. In boosheid. In ontkenning. Vol adrenaline.

Het hoopvolle is dit:

steeds meer mannen voelen dat kracht niet zit in lawaai, maar in bewustzijn.

In stoppen met vechten tegen iets dat allang voorbij is.

In helen wat generaties lang is weggestopt.

Misschien is dat de echte overgang van deze tijd.

Niet van oud naar nieuw jaar.

Maar van oorlog in het lichaam naar vrede in het zenuwstelsel.

En dat begint met begrijpen.

Liefs, Nadieh

Hee, mijn naam is Nadieh

Ik ben hier om vrouwen te begeleiden in het herinneren van hun essentie.
Niet om hen te helen — maar om hen te helpen hun eigen heilige kracht terug te claimen.
Mijn werk opent velden van herinnering, van waarheid, van belichaming.
Zodat jij voelt:
jij bént het medicijn. Jij bént de magie.

Welkom, sister.
Je herinnert je al meer dan je denkt.
Rise, in sacred power.

Ik neem je mee op een innerlijke journey
Meer blogs